Je neemt een stuk of dertig A-4 bladen, niet ze aan elkaar. Daarna vouw je iedere pagina vier keer en wordt het boek een kwart van de breedte die het had.
Een week geleden ben ik zo begonnen en nu ben ik het boek aan het vullen met teksten en tekeningen.
Toen kwam de gedachte in me op, waar heb ik dit gezien, geleerd......ik kwam uit in China. ik was op zoek naar taoisten om me te vertellen over de tao.
Ik vondt mijn taoisten en een enkeling liet me zijn bibliotheek zien, honderden, duizenden teksten zoals het boekje dat ik net gemaakt had. ieder boek was een harmonika van bladzijden waar de verhalen en recepten in stonden over energie werk, geneeskrachtige planten en kruiden.
Een man deed me het verhaal van de tao met de boeken, hij vertelde, opende z'n boeken voor me en wees alles aan. Het was bijna als het lezen van stripboeken. teksten en afbeeldingen naast elkaar en soms zelfs wolk vormen waar lettertekens in stonden.
Hij vertelde mij het verhaal van de tijger en de draak. De yin en yang in het universum, de man en de vrouw die elkaar aanvulden. Hij zei, er zijn nog steeds draken en tijgers onder ons, maar de mensen zien het niet meer, de meesten voelen het zelfs niet meer. Het goede oog van de meeste mensen in is dicht. Volgens de ouden komt dat van het leven in de steden, het goede oog wordt lui, het vertroebeld en de mens is zo druk met zijn leven, zijn menselijke wetten dat ze de tao ook vergeten.
In de oude tijden werden de verhalen verteld, maar op een gegeven moment zagen de ouden dat er een neiuwe tijd kwam, ze begonnen te schrijven, de boeken werden in koperen en houten kisten gestopt en verstopt in grotten (bijv Kun Lun), begraven in de woestijn (Taklamakan en Gobi), de man glimlachte, de meeste boeken zijn nooit gevonden. Er zijn dus nog schatten te vinden in deze wereld.
Als je naar de mensen kijkt, echt naar ze kijkt, zie je dat ze hun dierenvorm nog steeds hebben, je kan dit verbinden aan onze chinese astrologie, maar soms kom je mensen tegen met meerdere gezichten, zoals jij. Dit zijn de bijzondere wezens, de magische wezens van deze aarde die gelijken op de ouden die ons voorgegaan zijn.
Als je de chinese astrologie kent en naar de mensen kijkt zul je zien dat de mensen zich gedragen als die dieren, die problemen hebben en daarnaast een bepaald temperament, een element dat hun plaats in de maatschappij wijst en aangeeft hoe ze leven.
Deze kennis heeft elke heler, wat voor dier staat voor, welk temperament heeft het en daarna wordt gekeken naar de ziekte of het probleem dat het dier denkt te hebben.
Na jaren van beoefening gaat dit van zelf, als van zelf loop ik naar mijn kruidenkabinet, zoals jij in de toekomst zal doen, en pak dat kruid, pak een stuk papier en schrijf de wijze van gebruik terwijl de cliënt z'n thee op drinkt.
Als ik in mijn bibliotheek zit, spreken de ouden met me, vertellen me bijzonderheden, wat er buiten in de wereld gebeurt en medicijnen die ik moet gaan bereiden. De volgende dag zal er dan een man of vrouw komen waar dit medicijn voor is gemaakt. Ook zie ik hun levens, als ik zit tussen hun geschriften, zie hun strijd, hun plezier, hun vrouwen, vriendinnen en minnaressen, de leerlingen die komen en gaan. Zij hadden vaak veel vrouwen om zich heen, het temperament van vrouwen past goed bij het werk van de tao, het bereiden van de medicijnen, de experimenten en het opschrijven van de verhalen. De ouden waren geëmancipeerde mensen, niet zo met de billen samengeknepen als Confucius. Hij schreef de hiërarchie van de mensen wereld en de machthebbers waren hem dankbaar. De tao omvat die wereld van de mensen, trekt door die wereld heen, zit in alles en geeft niets om de hiërarchie van de wijze en nobele Confucius die zijn broodheren goed diende.
Alles is tao, de werking van alle elementen op elkaar, het leven van de dieren en mensen, de wegen van de planeten, de seizoenen die elkaar opvolgen, alle conversaties, alle handelingen, de sexualiteit, de sensualiteit, de tijd, van verjonging en het onherroepelijk ouder worden van de mens.
De heren, broodheren wilden graag onsterfelijk zijn, de taoisten werden ingeschakeld om het medicijn van het eeuwig leven te maken, maar de wetenschappers wisten dat het niet gevonden zou worden, die essentie was niet te vangen, tenzij men in ene met de tao leefde. Maar de heren betaalden goed, er werden uitvindingen gedaan, zogenaamd als bij producten in het zoeken naar de tao en de heren waren tevreden tot dat uur sloeg, dat van de dood. De slimme meester zou een drank gemaakt hebben, al zijn boeken, gereedschappen al hebben weglaten smokkelen en verdwijnen met achterlating van een elixer. een elixer van mooie dromen en slaap waardoor de heer in zou slapen met zijn kracht intact en de oversteek naar de wereld van de Jade keizer zou maken. Sterven doet iedereen, waarom zou een heer meer aanspraak hebben op een lang leven dan een boer die elke dag van zijn leven werkt voor anderen. Zo is dat gegaan, zijn er vele verhalen geschreven, elixers beschreven en hebben gierige en machtswellustige taoisten en heren de dood gevonden omdat ze de waarheid niet wilden zien, de tao zelf, zij beslist wie die eer krijgt en mag verdwijnen in de andere werelden en in het geheim onze mensen wereld bezoeken om te zien hoe het de mensen vergaat.
Er zijn ook andere verhalen, strijd en oorlog verhalen, waarin de taoisten vechten voor heren, spelen met de elementen om hun heer een overwinnaar te laten zijn, voor dat het strijdperk betreden hoefde te worden. Mannen en vrouwen die op jacht waren naar de geheime krachten van de tao en de ouden lastig vielen, uitdaagden, bestrijden voor hen kennis en kracht. Zelfs nu nog is die strijd gaande in onze moderne wereld. Zoals jij me vertelde van de vechtende tovenaars in het westen, wordt er hier in China en daar waar vele chinezen samenwonen ook nog gevochten om de macht, wijsheid en kennis van de tao. Die strijd zal er altijd zijn, zal nooit over gaan zolang er mensen zijn, kracht en macht zijn een afrodisiacum voor sommige mensen en zijn bereidt domme dingen te doen daarvoor.
Een wijze laat zich niet verleiden, vindt een weg om gebruik te maken van de domheid van diegenen die het werk niet willen doen of misbruik willen maken van de kennis of macht van de wijze.
De tao voedt de wijze niet alleen met kennis, maar ook met kracht, de wijze is zelden vermoeid maar zal evenwichtig met zijn krachten omgaan. De wereld is er een van evenwicht en evenwicht zoeken, de wijze ervaart zijn lichaam als een levende wereld die op de juiste manier behandeld moet worden om een evenwicht te handhaven zoals als deze planeet ook doet. wanneer er onevenwichtigheid optreedt zal er iets in werking treden om het evenwicht weer te vinden. Alle werelden zoeken balans, zij zoeken die zelf, zijn ons mensen niet echt nodig, ziek worden is soms een manier om balans te herkrijgen. De wijze helpt zijn cliënt de balans weer te vinden met behulp van medicijn, thee, soep en papjes om het evenwicht te vinden in dat andere lichaam. De mens gaat slordig om met zijn lichaam en krachten, het wordt te zeer gedreven door te veel hoofd en te weinig hart of intuïtie, hier door zijn ze vaak ziek en uit balans.
De mens zou zich zelf beter moeten kennen, zijn weg, zijn verleden, zijn lichaam en dan is de weg naar evenwicht en kennis te vinden. Maar het hoofd van de zogenaamde moderne mens is te vol, men heeft er geen of te weinig tijd voor over en daarom lijdt men aan van alles. Vooral aan zijn eigen kortzichtigheid en egoisme.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten